Deze aandoening, die niet lang geleden voor het eerst is beschreven, wordt intussen algemeen erkend. In onze streken lijkt 5% tot 15% van de bevolking eraan te lijden. De aandoening uit zich door een verslechtering van het humeur, een ontregeling van de slaap en vaak moeite met opstaan. Er is sprake van een gewichtstoename en een chagrijnige en zelfs depressieve stemming. Op onze breedtegraad doet Seasonal Affective Disorder zich vanaf het einde van de zomer voor. Na maart of april verdwijnt de aandoening vaak spontaan.